Over deze bundel
Door Job Degenaar:
dichter, schrijver en publicist
Een dichter en een schilderes zitten aan een plas. De dichter pakt pen en papier. De schilderes zegt: 't heeft wel wat/ ik wou/ dat ik mijn aquarel-/ blok had/ er is hier water zat. Behalve de humor geeft deze formulering van de Lelystadse dichter Gerard Beense, oprichter van het Flevolandse dichterscollectief ‘De Dijkdichters', treffend de eenvoud en het speelse karakter van zijn poëzie weer. Voor veel dichters is dichten een opgave. Niet voor Gerard Beense: spontaan wellen de regels en rijmen in hem op. Hoe uiteenlopend de onderwerpen, dichtvormen en motieven in zijn verzen ook zijn, het allesoverheersend thema is steeds hetzelfde: het vluchtige leven in al zijn facetten. Gerard Beense probeert dit in woorden te vangen en daarmee te bewaren. In een van zijn gedichten waarin een natuurbeeld centraal staat, schrijft hij dat het ‘niet te schilderen/ te beschrijven is/ dat het niet/ om te blijven is' (…). In feite streeft hij dus het onmogelijke na. Dit levert in zijn werk een spanningsveld op.
Door Jan Post:
redacteur Flevolands Nieuwsblad .
De dichtregels van de Flevolandse dichter Gerard Beense brengen een beeld van herkenning voor de geest dat van glimlach naar verder ontdekken dwaalt. Zijn poezie, veelzijdig, verrassend en veelal kenmerken door ogenschijnlijke eenvoud, soms zelfs sterk geengageerd maar altijd getuigend van een breed perspectief, leidt de lezer niet alleen naar een luchtige climax maar ook naar een beeld en beschouwing die tot nadenken stemmen.
Enkele gedichten uit deze bundel
|
|
Kroondomein 5
Lees eens een tuin
op het Vlies van de Regenboog
geschreven,
dwaal van kleur naar kleur en
wandel wat
van bloem naar blad,
dan kan het gebeuren dat
de Hemel aan de Aarde wordt gegeven
als je eigen kroondomein,
dan vertellen geuren haarfijn
dat de Hof van Eden
niet met straks
maar met nu is verweven
en altijd open zal zijn.
© Gerard Beense
Lelystad, augustus 2002
Vroege vogel 5
Een zonnetje in de tuin,
in de kale kruin van een boom
een vogel die zingt,
het lijkt wel of de lente begint.
Voorzichtig groen ruikt
aan een zuchtje wind,
een lach weerklinkt,
een kat spint in het vale gras.
De natuur wringt
zich uit haar winterjas,
staat te springen
om voort te gaan
na dat wat was,
staat op
nieuw beginnen.
© Gerard Beense
Lelystad, januari 2002
Mongologica 5
Laat haar
maar lachen,
zingen,
huilen,
zich verstoppen
of verschuilen,
zich niet kunnen bedwingen
bij het pakken van het moment
rijk gevuld met onschuld,
het Carpe Diem
waar zij zichzelf zo
onbevangen mee verwent.
Zie hem daar ook zo,
vrij in zijn verlangen,
soms nors en nukkig,
maar altijd neigend naar
gelukkig,
gaan.
Zie zijn lach,
zijn tranen,
al wat hij kent
is het directe,
pluk de dag,
het spontane
ongerepte,
ver verwijdert van
het zinloos schamen.
© Gerard Beense
Lelystad, augustus 2002 |